Gezelschapsdieren > Konijnen
Voeding en huisvestiging

De huisvesting van het konijn

Konijnen kunnen zowel binnen- als buiten gehouden worden. Ze hebben veel beweging nodig. Beweging zorgt voor een goede darmactiviteit en voorkomt verveling. Het hok kan dus niet te groot zijn. Als minimum maten kan aangehouden worden, dat het konijn naar alle kanten languit moet kunnen liggen en rechtop moet kunnen staan. Het buitenhok moet bescherming bieden tegen zon, regen en tocht. Het konijn moet zich ‘vrij’ kunnen bewegen. De ren moet uiteraard wel van boven afgesloten zijn, om te voorkomen dan honden en/of katten in de ren kunnen springen. Konijnen kunnen goed graven en het is daarom ook verstandig de onderkant van het buitenhok (en ren) af te sluiten met gaas of bijv. tegels. Een konijn zoekt altijd een vaste hoek uit om zijn behoeften te doen. Als duidelijk is om welke hoek het gaat, kan daar een kattenbak geplaatst worden om de ontlasting en de urine op te vangen. Als bodembedekking van het hok voldoet stro prima. Zaagsel en kranten doorweken snel en nemen geen urinegeur op. Water kan aangeboden worden dmv een bakje of een drinkfles. Een aantal konijnen heeft de neiging tijdens het drinken uit een flesje veel lucht mee in te slikken. De maag raakt dan gevuld met lucht en het konijn voelt zich dan niet lekker. Ook zijn de flesje niet zo makkelijk schoon te maken. Voor een konijn is het drinken uit een bakje veel natuurlijker.
Konijnen kunnen ook prima binnen gehouden worden. Ook daar moet het hok een tochtvrije plaats bieden. Konijnen kunnen getraind worden in wat wel en niet mag. Zo kunnen ze bijv. leren op de kattenbak te plassen. Belonen kan door ze iets lekkers te geven. Staf niet door te slaan, maar wel door herrie te maken of  te stampen. Laat konijnen nooit los lopen zonder toezicht. Ze knagen aan alles, vooral aan electriciteitskabels.


De voeding van het konijn

Het belangrijkste onderdeel van de voeding van het konijn is vers hooi. Om hun darmen goed te laten werken hebben ze veel ruwvoer nodig. Hooi mogen ze dan ook onbeperkt te eten krijgen. Kracht-/ korrelvoer mogen ze niet onbeperkt hebben. Te grote hoeveelheden van dit voer kan diarree en vetzucht veroorzaken. Een goede maatstaf is dat het konijn 20-25 gram korrelvoer per kilogram lichaamsgewicht per dag mag hebben. Er zijn verschillende korrelvoeders op de markt. Vaak kiezen konijnen, bij de zogenaamde gemengde voeders, alleen de lekkere dingen uit en laten  de groene brokje liggen. Op den duur kan het konijn op deze manier een te kort aan bepaalde voedingsstoffen ontwikkelen en ziek worden. Kies een krachtvoer dat alleen uit dezelfde korrels of brokjes bestaat, dan kan het konijn niet meer kiezen. Zo is de kans op het ontstaan van tekorten minimaal. Verder kun je het konijn kleine beetjes groenvoer geven.
Geschikt groenvoer is bijvoorbeeld: broccoli, boerenkool, andijvie, wortel + loof, witlof, gras en paardenbloemen.
Groenten die je beter niet kunt geven: bieslook, prei, ui, knoflook, bonen, erwten, rabarber (giftig!), kool, aardappelen en aardappelschillen. Deze groenten zorgen vaak voor overmatige gasvorming in de darmen, waardoor het konijn buikpijn kan krijgen. Voorkom grote voerwisselingen. Spreid voerveranderingen over een week.
Het konijn moet altijd vers water kunnen drinken.

Wanneer de huisvesting en de voeding van het konijn in orde zijn, heeft het dier veel minder kans ziek te worden.
  



DAP Bommelerwaard-Zuid

Mezenweg 1
5321 JR  Hedel

Tel.: 073 - 599 4001

info@dapbommelerwaard.nl

Prijswijzigingen, type- en databasefouten voorbehouden.
Kvk-nummer: 30262583